5 prikkelende vragen aan... jeugdarts Tim Jaspers

9 april 2026

Tim Jaspers is jeugdarts en arts maatschappij & gezondheid bij GGD Limburg-Noord. Hij werkt vooral met kinderen en jongeren van 4 tot 18 jaar in de regio Weert, Nederweert, Leudal en Roerdalen. In dit interview vertelt Tim over zijn brede rol binnen de GGD, de uitdagingen van zijn werk en waarom hij trots is op het verschil dat de GGD maakt.

Wat houdt jouw functie precies in?

“Als jeugdarts voeren wij ons werk uit binnen de Wet Publieke Gezondheid. Ons werk is het bieden van preventieve gezondheidszorg aan kinderen, jongeren en ouders. Dat begint al op jonge leeftijd en loopt door tot 18 jaar. Op de basisschoolleeftijd hebben we contacten met kinderen en hun ouders, en op het voortgezet onderwijs zijn er op twee momenten gezondheidsonderzoeken met jongeren: in de tweede en de vierde klas. Deze momenten vallen onder de noemer Gezond Leven? Check het even, waarbij jongeren een vrij uitgebreide vragenlijst invullen over onderwerpen en informatie krijgen over hun fysieke en mentale gezondheid, leefstijl, sociale omgeving en gebruik van social media; de jongeren worden daarnaast uitgenodigd door de jeugdgezondheidszorg, om te vragen hoe het met hen gaat. 

Binnen de GGD werken we met verschillende aandachtsgebieden, elk met eigen verantwoordelijkheden en richtlijnen. Eén van mijn aandachtsgebieden is adolescentenzorg, dat onder meer het contactmoment Gezond Leven? Check het even, jouwggd.nl en MAZL omvat. MAZL betekent Meer Aandacht voor de Ziekgemelde Leerling en richt zich specifiek op jongeren in het voortgezet onderwijs waar zorgen over zijn omdat ze door ziekte niet naar school gaan. 
Structureel bijdragen aan verbeteren van gezondheiden welbevinden van jongeren kan veel betekenis hebben voor de rest van hun leven.

In het werk heeft de jeugdarts verschillende rollen: we monitoren, signaleren, begeleiden en verwijzen. Als er zorgen zijn, bijvoorbeeld vanuit ouders, school of andere partners, kijken we samen wat nodig is om de situatie van een jongere te verbeteren. Dat kan een advies zijn, maar ook een verwijzing naar bijvoorbeeld de huisarts, kinderarts, jeugd-GGZ of het sociaal domein. Daarnaast verzamelen we gezondheidsgegevens. Daarmee maken we schoolprofielen, zodat scholen inzicht krijgen welke gezondheidstrends er zijn, en kunnen we bijdragen aan schoolgezondheidsbeleid.
Naast advisering aan scholen hebben we ook een taak in het adviseren over gezondheidsbeleid aan gemeenten.

Wat het werk van de jeugdgezondheidszorg kenmerkt, is dat we breed kijken en vooral preventief werken. We willen niet alleen klachten oplossen, maar juist voorkomen dat ze ontstaan of verergeren. Daarom proberen we jongeren inzicht te geven in hun eigen gezondheid en ze te stimuleren zelf aan de slag te gaan. Waar nodig begeleiden of verwijzen we door, maar vaak begint het met bewustwording en het versterken van eigen regie.”

Jeugdarts Tim Jaspers
Tim Jaspers

Hoe ben je bij de GGD terechtgekomen?

“Dat is al lang geleden. Ik heb in Maastricht gestudeerd en deze opleiding richtte zich toen vooral op huisartsenzorg. Maar na mijn afstuderen was daar geen plek en ben ik me gaan verdiepen in de sociale geneeskunde. Zo ben ik in de jeugdgezondheidszorg terechtgekomen, wat toen nog de schoolartsendienst heette. 

Ik ben gebleven omdat het prachtig is om met kinderen en jongeren te werken, en investeren in kinderen en jongeren is echt de moeite waard. Het werk is minder gericht op genezen en meer op ondersteunen: goede voorlichting geven, mensen de weg wijzen en bijdragen aan inzicht in gezondheid. Daarnaast spreekt het verzamelen van gezondheidsgegevens en het monitoren van de gezondheid en verbeteren van de gezondheid van een hele populatie mij erg aan. Dat zijn mijn belangrijkste drijfveren geweest om dit werk te blijven doen.”

Wat vind je het leukste aan je werk?

“Het leukste aan mijn werk zijn toch de contacten met kinderen en vaak ook hun ouders. Voor die mensen heb ik uiteindelijk ook voor dit vak gekozen. Dat stukje individuele zorg blijft belangrijk, naast de inzet voor de gezondheid van de hele bevolking.

Wat ik daarnaast prettig vind, is de afwisseling. Ik combineer het werk in de spreekkamer met andere taken binnen de organisatie. Alleen maar spreekuur draaien zou op een gegeven moment minder zingevend zijn. Juist die combinatie maakt het werk voor mij interessant en waardevol.”

Wat zijn de grootste uitdagingen in jouw functie?

“De grootste uitdagingen in mijn werk hebben vooral te maken met hoe de wereld van jongeren de afgelopen 25 jaar is veranderd. Social media zijn erbij gekomen en daardoor worden jongeren geconfronteerd met veel meer prikkels. Ik merk nog wel eens dat het leven vroeger, voordat social media bestonden, wat eenvoudiger leek. Aan de andere kant bieden social media natuurlijk ook voordelen, maar het vraagt wel veel van de mentale belastbaarheid van jongeren. Hun hersenen moeten nog meer schakelen dan wij dat ooit hoefden te doen, en dat heeft effect op hoe ze zich voelen.

Daarom zien we nu dat mentale gezondheid en leefstijl steeds belangrijkere thema’s zijn. Het gaat vaak over vragen als: hoe voel je je? Hoe ga je met dingen om? Kun je dingen zelf oplossen? Wie helpt jou daarbij? Voel je je eenzaam?

Het bespreken van dit soort onderwerpen is soms lastiger dan het behandelen van fysieke klachten. Voor fysieke klachten vinden de meeste mensen wel de weg naar een huisarts of kinderarts. Maar het bespreekbaar maken van mentale gezondheid en welzijn, daar ligt voor ons nu de grootste uitdaging.”

Wat maakt jouw werk bij de GGD waardevol?

“Wat mijn werk waardevol maakt, is het grote bereik dat je als GGD hebt. Je werkt niet op een eiland, maar juist samen met veel collega’s uit verschillende disciplines. Samen denk je na over gezondheidsvraagstukken en hoe je echt verschil kunt maken.

Die samenwerking stopt niet bij de GGD. We werken ook nauw samen met partners daarbuiten, zoals scholen, huisartsen, kinderartsen, jeugdzorg, welzijnsinstellingen en het sociaal domein. Dat verbinden en samenwerken, zowel binnen als buiten de organisatie, vind ik echt heel waardevol.

Wat mensen vaak niet weten, is dat ze ons ook buiten de vaste contactmomenten kunnen benaderen. Bijvoorbeeld als ze vragen hebben over de ontwikkeling van hun kind, fysiek of mentaal, of als ze zich ergens zorgen over maken en ergens anders niet goed gehoord worden. Dat bereik en die toegankelijkheid maken dat we het verschil kunnen maken.” 

Tot slot: waar ben je echt trots op in je werk? 

“Wat mij echt trots maakt, is dat we in de afgelopen jaren Gezond Leven? Check het even hebben opgezet voor tweede- en vierdeklassers van het voortgezet onderwijs. Deze contactmomenten draaien we inmiddels structureel, en we hebben er ook al schoolprofielen mee opgesteld. Daar ben ik trots op, omdat het een project is waar ik met collega’s al langere tijd mee bezig ben en dat nu echt goed van de grond is gekomen. Voorheen voerden we alleen gezondheidsonderzoeken voor de tweede klassers uit. 

Daarnaast ben ik ook trots op het stukje meer aandacht voor ziekgemelde leerlingen (MAZL). Daar hebben we inmiddels al een jaar of tien ervaring mee in deze regio. Het is een structureel onderdeel van ons takenpakket geworden. Het is nu heel normaal dat de school bij ons aan de bel trekt als een kind langdurig ziek is of zorgelijk ziek blijkt en de school een beroep doet op onze expertise. Dan nodigen wij de ouders en de jongere uit, gaan we in gesprek, luisteren we, geven advies en kijken we samen wat nodig is. Het is mooi om te zien dat dit zo vanzelfsprekend is geworden en dat we op deze manier echt verschil kunnen maken voor jongeren en hun ouders.”