Van stagiaire naar medewerker bij GGD Limburg-Noord: Imke Grutters maakte die stap. Als junior onderzoeker monitort ze samen met haar collega’s de gezondheid van inwoners en vertaalt ze data naar concrete inzichten. In dit interview vertelt Imke hoe ze bij de GGD terechtkwam, wat haar werk zo afwisselend maakt en waarom onderzoek in de praktijk anders is dan ze had verwacht.
Wat houdt jouw functie precies in?
“De GGD heeft als wettelijke taak dat de gezondheid van inwoners wordt gemonitord. Dat doen we met het verzamelen van gegevens via vragenlijsten, het analyseren van deze gegevens en het rapporteren van de resultaten. De uitkomsten worden gepubliceerd op onze website en gedeeld met gemeenten, en soms ook scholen, zodat zij deze kunnen gebruiken voor beleidsontwikkeling. Daarnaast houd ik me bezig met panelonderzoek: korte vragenlijsten die ongeveer drie keer per jaar worden uitgezet. De onderwerpen wisselen steeds en zijn vaak actueel. Zo hebben we eerder onderzoek gedaan naar muggen, samen met team Infectieziektebestrijding. En nu kijken we bijvoorbeeld naar CO-melders en ventilatie, waarbij we samenwerken met de brandweer. We stellen de vragenlijst op, zetten deze uit, analyseren de resultaten en presenteren de uitkomsten op onze website.”
Hoe ben je bij GGD Limburg-Noord terechtgekomen?
“Ik ben begonnen als stagiaire. Tijdens mijn studies biomedische wetenschappen in Maastricht en voeding en gezondheid in Wageningen merkte ik dat de focus vooral lag op het moleculaire niveau. Dat vond ik interessant, maar ik was vooral benieuwd naar gezondheid in bredere zin. Juist daarin sprak de GGD mij meteen aan.
Omdat ik oorspronkelijk uit deze regio kom, ben ik gaan kijken bij GGD Limburg-Noord en heb ik een open sollicitatie gestuurd. Al snel kreeg ik een reactie met verschillende mogelijkheden voor een stageopdracht. Ik kreeg veel vrijheid om zelf een onderwerp te kiezen en met andere teams samen te werken. Dat voelde meteen goed.
Mijn afstudeerstage begon met een panelonderzoek over gezond en vitaal leven. Wat ik daar vooral ontdekte, is hoe waardevol het is om zelf een vragenlijst op te stellen, uit te zetten en daarna ook de resultaten te analyseren. Dan ga je data echt begrijpen en zie je wat relevant is voor inwoners en gemeenten. Die praktijkervaring beviel zo goed dat ik heb gesolliciteerd toen er een functie vrijkwam, en zo ben ik hier blijven werken als junior onderzoeker.”
Hoe was het om van stagiair naar medewerker te groeien?
“Dat ging eigenlijk heel vloeiend. Ik kende de organisatie en mijn collega’s al, dus dat was heel fijn. Na mijn stage had ik even vakantie en toen ik terugkwam, werd er eigenlijk gezegd: ‘We hebben deze taken, we denken dat dit goed bij je past.’ En zo rolde ik er vanzelf in.
Ik bleef betrokken bij het panelonderzoek, omdat ik daar al ervaring mee had, en daarnaast mocht ik meewerken aan de Gezondheidsmonitor Jeugd. Dat was nieuw voor mij, maar ik kreeg veel vrijheid om me in te lezen en het al doende te leren. Er is geen strak takenpakket; het is een lang proces waarin je samen kijkt wie wat oppakt. Je ontdekt gaandeweg waar je goed in bent en welke punten nog extra aandacht vragen. Die ruimte om te groeien en te leren maakte de overstap van stagiair naar medewerker heel natuurlijk.”
Wat vind je het leukste aan je werk?
“Het is heel divers, ik doe niet vaak hetzelfde op een dag. Daarnaast ben ik heel erg vrij en kan ik grotendeels zelf mijn agenda inplannen. De ene keer ben ik met een analyse bezig, dan denk ik mee over een nieuwe vraagstelling of werk ik samen met een ander team. Dat maakt het werk heel dynamisch.
Ik heb ook het gevoel dat ik nog lang niet ben uitgeleerd. Er komen continu nieuwe onderwerpen, termen en vraagstukken voorbij waarvan ik denk: oh, dat ken ik nog niet. Die leercurve vind ik juist leuk.
Wat het werken binnen team Onderzoek extra leuk maakt, is de diversiteit aan achtergronden. Van sociologie en geneeskunde tot filosofie en voeding. Iedereen heeft zijn eigen kracht: de één is heel sterk in analyses, de ander in projectmanagement. Dat maakt samenwerken niet alleen leerzaam, maar ook heel prettig. Je weet altijd bij wie je moet zijn als je ergens tegenaan loopt.”
Wat zijn de grootste uitdagingen in jouw functie en hoe ga je daarmee om?
“Een van de grootste uitdagingen is dat je vaak heel veel data tot je beschikking hebt. Uit één vragenlijst kun je enorm veel informatie halen, maar die moet je uiteindelijk wel vertalen naar iets concreets en bruikbaars voor gemeenten of scholen.
Je ziet vaak meerdere interessante ontwikkelingen of mogelijke problemen, maar je kunt niet alles uitvragen of meenemen. Niemand zit te wachten op een vragenlijst die onnodig lang of uitgebreid is. Dus je moet keuzes maken en prioriteren: wat is relevant, wat heeft impact en wat kunnen gemeenten hier daadwerkelijk mee? Dat vraagt om voortdurend afwegen, maar juist dat maakt het werk inhoudelijk uitdagend en interessant.”
Tot slot: is er nog iets dat je wilt toevoegen?
“Toen ik student was, had ik eerlijk gezegd een ander beeld van onderzoeker zijn. Op de universiteit richt je je vaak op het uitvoeren van onderzoek, het schrijven van een paper en het publiceren daarvan, zonder dat je altijd ziet wat er daarna mee gebeurt. Bij de GGD merk ik dat je onderzoek directer toepasbaar is. De punten die we inzichtelijk maken kunnen gemeenten gebruiken om beleid te versterken. Zo sta je dichter bij je onderzoeksresultaten en zie je hoe ze praktisch kunnen worden ingezet om een positieve impact te hebben voor inwoners.
Onderzoek is voor mij veel meer dan cijfers analyseren. Het is ook projectmanagement, samenwerken en schakelen tussen verschillende teams. Je bent continu in gesprek, zowel binnen de GGD als met andere GGD’en in het land. Daardoor voel je dat je onderdeel bent van iets groters dan alleen je eigen regio. Juist die combinatie van inhoud, samenwerking en maatschappelijke impact maakt dat ik dit werk zo leuk vind.”